Geschiedenis

Oorsprong.

Na de EL CID van 1978 kwamen enkele Augustijnen, Minervanen en niet georganiseerde Universitaire kaderleden onder leiding van Ben van Noort regelmatig bijeen om de basis te leggen voor de oprichting van een nieuwe studentenvereniging. Binnen Leiden was behoefte aan een nieuwe goed gestructureerde vereniging. Minerva was te groot en conservatief, Augustinus was intern verdeeld, te los en inmiddels voor werkende jongeren.

De gemotiveerde studenten gingen samen een nieuwe vereniging oprichten. De groep werd gesteund door de EL CID-commissie, de Universiteit, de gemeente Leiden en een aantal prominente reünisten van het LSC die goedkeuring en instemming hadden gekregen van het Collegium van Minerva. De nieuwe vereniging moest niet gezien worden als een afsplitsing van een bestaande vereniging, maar een vereniging met een nieuwe structuur en pijlers.

Er werd gekozen voor de naam Quintus, omdat dit de vijfde studentenvereniging van Leiden zou worden.

Oprichting.

Op 18 januari 1979 vond in het Snouck Hurgronjehuis van het Leids Universiteits Fonds aan het Rapenburg de oprichting plaats van de Algemene Leidse Studentenvereniging Quintus.

Na de oprichting werd aanvankelijk geborreld in ‘’t Parlement’ op de Nieuwe Rijn 52 en in de ‘Bierdeghel’, een zaaltje in de Vestestraat boven drukkerij ELVE. Na een korte zoektocht kon het monumentale gebouwencomplex van het voormalig Katholiek Militair Tehuis aan de Korte Mare 32-34 /Oude Singel 72 worden aangekocht en in recordtijd worden omgebouwd tot volwaardige studentensociëteit inclusief mensa.

Rector Magnificus Prof.Dr. D.L. Kuenen opende de Sociëteit Quintus op 14 juni 1979 met de wapenspreuk “Numquam Desperate”.